**1..** Burgemeester en wethouders zijn bevoegd gedeelten van de
gemeente of bepaalde plaatsen, geen woningen zijnde, aan te
wijzen waar het ter voorkoming of opheffing van overlast of van
schade aan de openbare gezondheid verboden is daarbij aangeduide
dieren:
**a..** aanwezig te hebben, dan wel;
**b..** aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door hen
ter voorkoming of opheffing van overlast of van schade aan de
openbare gezondheid gestelde regels, dan wel;
**c..** aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die aanwijzing
is aangegeven of mede is aangegeven.
De aanwijzing wordt openbaar bekend gemaakt overeenkomstig
artikel 1.14.
**2..** Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
plaats een daarbij aangeduid dier of daarbij aangeduide dieren
aanwezig te hebben, dan wel aanwezig te hebben anders dan met
inachtneming van de door burgemeester en wethouders gestelde en
overeenkomstig artikel 1.14 openbaar bekend gemaakte regels, dan
wel aanwezig te hebben tot een groter aantal dan door hen is
aangegeven.
**3..** Burgemeester en wethouders kunnen de rechthebbende op een
onroerend goed gelegen binnen een krachtens het eerste lid
aangewezen gedeelte van de gemeente ontheffing verlenen van het
in het tweede lid gestelde verbod.
**4..** Indien het aanwezig hebben van dieren gebeurt in strijd met het
bepaalde krachtens het eerste lid kunnen burgemeester en
wethouders degene die de dieren aanwezig heeft aanschrijven tot
het treffen van maatregelen ter voorkoming of opheffing van
overlast of van schade aan de openbare gezondheid.
Degene tot wie de aanschrijving is gericht of diens
rechtsopvolger is verplicht de aanschrijving op te volgen.
**5..** Ieder die een of meer dieren onder zijn hoede heeft, is
verplicht door voorzorgsmaatregelen die in redelijkheid van hem
verwacht mogen worden, te voorkomen dat deze dieren voor de
omgeving hinderlijk zijn.
**6..** Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover de Wet
Milieubeheer of het Honden- en Kattenbesluit van toepassing
is.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 4
Artikel 2.4.20
Houden van hinderlijke of schadelijke dieren
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Nijmegen (1992)