Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 4

Artikel 2.4.20

Houden van hinderlijke of schadelijke dieren

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Nijmegen (1992)

1.. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd gedeelten van de gemeente of bepaalde plaatsen, geen woningen zijnde, aan te wijzen waar het ter voorkoming of opheffing van overlast of van schade aan de openbare gezondheid verboden is daarbij aangeduide dieren: a.. aanwezig te hebben, dan wel; b.. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door hen ter voorkoming of opheffing van overlast of van schade aan de openbare gezondheid gestelde regels, dan wel; c.. aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven of mede is aangegeven. De aanwijzing wordt openbaar bekend gemaakt overeenkomstig artikel 1.14. 2.. Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen plaats een daarbij aangeduid dier of daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door burgemeester en wethouders gestelde en overeenkomstig artikel 1.14 openbaar bekend gemaakte regels, dan wel aanwezig te hebben tot een groter aantal dan door hen is aangegeven. 3.. Burgemeester en wethouders kunnen de rechthebbende op een onroerend goed gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod. 4.. Indien het aanwezig hebben van dieren gebeurt in strijd met het bepaalde krachtens het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders degene die de dieren aanwezig heeft aanschrijven tot het treffen van maatregelen ter voorkoming of opheffing van overlast of van schade aan de openbare gezondheid. Degene tot wie de aanschrijving is gericht of diens rechtsopvolger is verplicht de aanschrijving op te volgen. 5.. Ieder die een of meer dieren onder zijn hoede heeft, is verplicht door voorzorgsmaatregelen die in redelijkheid van hem verwacht mogen worden, te voorkomen dat deze dieren voor de omgeving hinderlijk zijn. 6.. Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover de Wet Milieubeheer of het Honden- en Kattenbesluit van toepassing is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel