Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Afdeling 3

Artikel 4.3.1

Verontreiniging van de weg en van terreinen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Nijmegen (1992)

1.. Het is verboden: a.. afval of vuilnis of enig andere dergelijke stof of voorwerp, die/dat aanleiding kan geven tot verontreiniging, beschadiging of onvoldoende afwatering van de weg, dan wel aanleiding kan geven tot gevaar voor weggebruikers of hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu, op of in de bodem, buiten een daarvoor bestemde verzamelplaats, te plaatsen, te storten, te werpen, uit te gieten, te laten vallen of lopen of te houden; b.. een op of aan de weg geplaatste afvalmand, -bak of soortgelijk voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan voor het daarin deponeren van klein afval, zoals verpakkingen van versnaperingen en kleine eetwaren, en sigaretten- en sigarendoosjes. 2.. Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod ontheffing verlenen. 3.. Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt niet voor zover: a.. wordt gehandeld door of vanwege de overheid voor zover nodig in de uitoefening van haar taken; b.. de stoffen of voorwerpen tijdelijk op de weg geraken of worden gebracht als onvermijdelijk gevolg van het laden of lossen of vervoeren van stoffen of voorwerpen dan wel van het verrichten van andere werkzaamheden op of aan de weg. 4.. Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt voorts niet voor zover van toepassing zijn: a.. de Bestrijdingsmiddelenwet, de Kernenergiewet, de Wet Milieubeheer, de Wet bodembescherming; b.. artikel 5 of 9 van het Rijkswegenreglement; c.. artikel 19 Reglement verkeersregels en verkeerstekens of d.. de Gelderse wegenverordening, de Verordening Bodembescherming Gelderland of de Provinciale Milieuverordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel