**1..** De houder of beheerder van een winkel, hal, kraam of een andere
inrichting waar eet- en/of drinkwaren worden verkocht welke ter
plaatse kunnen worden genuttigd, is verplicht:
**a..** een mand, bak of soortgelijk voorwerp in of nabij de inrichting
op een duidelijk zichtbare plaats aanwezig te hebben, waarin het
publiek papier, etensresten, verpakkingsmateriaal en ander afval
kan achterlaten;
**b..** zorg te dragen dat die mand, die bak of dat soortgelijke
voorwerp van een zodanige constructie is dat het afval daarin
deugdelijk geborgen blijft en dat die mand, die bak of dat
voorwerp steeds tijdig wordt geledigd.
**2..** De houder of beheerder van een inrichting bedoeld in het eerste
lid is verplicht te zorgen dat dagelijks, uiterlijk een uur na
sluiting van de inrichting, doch in ieder geval terstond op
eerste aanzegging van een ambtenaar, belast met het toezicht op
de naleving van het bepaalde in dit artikel, in de nabijheid van
de inrichting op de weg achtergebleven stoffen of voorwerpen,
voor zover kennelijk uit of van die inrichting afkomstig, worden
verwijderd.
**3..** De in het eerste en tweede lid gestelde verplichtingen gelden
niet voor zover de Wet Milieubeheer van toepassing is.
Hoofdstuk › Afdeling 3
Artikel 4.3.3
Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Nijmegen (1992)