(zie voor aanwijzingsbesluit: Bijlage 4 bij de
slotpagina's)
Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en
wethouders op of aan de weg of aan een openbaar water dan
wel op een andere - al dan niet met enige beperking - voor
publiek toegankelijke en in de openlucht gelegen plaats met
een voertuig, een kraam, een tafel of enig ander middel een
standplaats in te nemen of te hebben teneinde in de
uitoefening van de handel goederen te koop aan te bieden, te
verkopen of te verstrekken, dan wel diensten aan te
bieden.
Het is de rechthebbende op een voor publiek toegankelijk en
in de openlucht gelegen perceel verboden toe te staan, dat
daarop zonder vergunning van burgemeester en wethouders
standplaats wordt of is ingenomen.
Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet ten aanzien
van gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten of
gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in art. 7 eerste
lid van de Grondwet.
De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
op de plaats die is aangewezen voor het houden van een door
de gemeenteraad ingestelde markt, zulks gedurende de tijden
waarop die markt gehouden wordt en voor een evenement als
bedoeld in artikel 2.2.1.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover
de Wet Milieubeheer, de Woningwet, het Rijkswegenreglement
of de Gelderse wegenverordening van toepassing is.
Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
geweigerd:
in het belang van de openbare orde;
in het belang van het voorkomen of beperken van
overlast;
in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien
van de omgeving;
in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid;
wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
gemeente of in een deel der gemeente redelijkerwijs te
verwachten is dat door het verlenen van de vergunning een
redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in
gevaar komt.
Burgemeester en wethouders houden de beslissing op een
aanvraag voor een standplaatsvergunning aan, indien de
aanvraag tevens een activiteit betreft die
vergunningplichtig is op basis van de Wet Milieubeheer en
indien geen toepassing kan worden gegeven aan het zesde lid,
tot de dag waarop de beslissing omtrent de vergunning
ingevolge de Wet Milieubeheer is genomen.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 2
Artikel 5.2.3
Standplaatsen:
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Nijmegen (1992)