Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Afdeling 4

Artikel 5.4.2

Beperking gemotoriseerd verkeer, ruiterverkeer en terreinfietsen in natuurgebieden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Nijmegen (1992)

1.. Burgemeester en wethouders kunnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen aanwijzen ten aanzien waarvan zij verklaren, dat het rijden met een motorvoertuig, bromfiets als bedoeld in artikel 4 Reglement verkeersregels en verkeerstekens of met een paard of terreinfiets aldaar overlast kan veroorzaken of schade kan berokkenen aan milieuwaarden. De aanwijzing wordt openbaar bekend gemaakt overeenkomstig artikel 1.14. 2.. Het is verboden op krachtens het eerste lid aangewezen plaatsen: a.. zich met een motorvoertuig, bromfiets als bedoeld in het vorige lid of met een paard of een terreinfiets te bevinden; dan wel b.. zich met een motorvoertuig, bromfiets als bedoeld in het vorige lid of met een paard of een terreinfiets te bevinden buiten de in die aanwijzing aangeduide en als zodanig gemarkeerde paden; dan wel c.. zich met een motorvoertuig, bromfiets of met een paard of een terreinfiets te bevinden op een in die aanwijzing aangeduid tijdstip. 3.. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen en voor berijders van paarden en terreinfietsen: a.. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 58 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens aangewezen hulpverleningsdiensten; b.. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de door burgemeester en wethouders aangewezen plaatsen; c.. die worden gebruikt in verband met werken welke krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d.. van de zakelijke gerechtigden en huurders en pachters van percelen gelegen binnen de door burgemeester en wethouders aangewezen en overeenkomstig artikel 1.14 openbaar bekend gemaakte plaatsen; e.. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d. bedoelde personen. 4.. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt voorts niet: a.. op primaire en secundaire wegen als bedoeld in de Wet uitkeringen wegen; b.. op wegen die krachtens de Wet van 14 mei 1981, Stb. 287 voor motorrijtuigen of categorieën daarvan gesloten zijn verklaard; c.. op wegen gelegen binnen de krachtens de provinciale "Verordening verkeersbeperking ter bescherming van de natuur" aangewezen natuurgebieden. 5.. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel