1.Met inachtneming van de uitzonderingen als bedoeld in het tweede lid
van dit artikel zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde
bij of krachtens deze verordening en de op grond van artikel 1.9 daarbij
gegeven voorschriften en beperkingen belast de toezichthouders van het
bureau Toezicht afdeling Stadstoezicht van de Directie
Stadsbedrijven.
2 Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor:
artikel 2.1.1.1
artikel 2.1.2.3
artikel 2.2.3
de artikelen 2.2.10 en 2.2.11
artikel 2.3.1.4
artikel 2.4.12
artikel 2.6.1
hoofdstuk 3 met uitzondering van artikel 3.2.6
de artikelen 4.2.2.1 tot en met 4.2.4.2
Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij
of krachtens deze verordening en de op grond van artikel 1.9
daarbij gegeven voorschriften en beperkingen belast de door
burgemeester en wethouders dan wel de burgemeester aangewezen
personen. (zie ook bijlage 12D en bijlage 18 bij
de slotpagina's)