Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van haven- en kadegeld 2012

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: haven: de voor de openbare dienst bestemde wateren en voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen die bij de gemeente in eigendom of in beheer en onderhoud zijn, te weten: in Waalwijk; het ten zuiden van de Bergsche Maas gelegen vaarwater dienende tot haven. 2. in Sprang-Capelle; het vaarwater, genaamd Capelse haven, zich uitstrekkende vanaf het Oude Maasje tot de Hoofdstraat in Capelle, dienende tot haven met uitzondering van het gedeelte dat uitsluitend is bestemd voor gebruik door en ten behoeve van pleziervaartuigen. 3. in Waspik; de Kerkvaartsehaven, zijnde het ten zuiden van het Oude Maasje gelegen vaarwateren de voormalige laad- en loswal aan de zuidzijde van het Oude Maasje. vaartuigen: alle soorten drijvende lichamen die blijkens de constructie zijn bestemd of worden gebruikt voor het vervoer over water van personen en/of goederen of voor het dragen van voorwerpen die al dan niet met het drijvende lichaam een geheel uitmaken. beroepsvaartuigen: alle vaartuigen bestemd voor het beroepsmatig vervoer van goederen en/of personen alsmede overige vaartuigen niet vallende onder d. pleziervaartuigen: alle vaartuigen, bestemd voor het uitoefenen van de watersport of voor het vervoer van personen welke vaartuigen hoofdzakelijk bestemd zijn en/of worden gebruikt voor de recreatie, niet zijnde bedrijfsvervoer en niet tegen betaling. meetbrief: document als bedoeld in de Meetbrievenwet 1981 en het Meetbrievenbesluit 1981. laadvermogen: in tonnen uitgedrukte laadvermogen, zoals dat blijkt uit de bij het vaartuig behorende meetbrief. ton: massa van 1.000 kilogram. steigereenheid: één (1) steigereenheid is gelijk aan 2,5 strekkende meter. ligplaats: een ligplaats, die naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling van het college, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ter anker leggen van een zelfde pleziervaartuig gedurende een periode van ten minste een maand. dag: een tijdvak van 24 uur, aanvangende te 0.00 uur; week: een tijdvak van 7 achtereenvolgende dagen; maand: een tijdvak van 30 achtereenvolgende dagen; jaar: een tijdvak van 12 achtereenvolgende maanden. “vastgestelde openingstijden” van de sluis: maandag tot en met vrijdag van 5:00 uur tot 19:00 uur; zaterdag; van 9:00 uur tot 11:00 uur. tijd “buiten de vastgestelde openingstijden” van de sluis: maandag tot en met vrijdag; van 19:00 uur tot 21:00 uur; zaterdag; van 7:00 tot 9:00 uur en 11:00 uur tot 17:00 uur.

Rechtspraak bij dit artikel