In deze Verordening wordt verstaan onder:
Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning;
College: college van burgemeester en
wethouders
Verordening: Verordening maatschappelijke
ondersteuning Nieuwe Waterweg Noord;
Besluit: het Besluit maatschappelijke
ondersteuning Nieuwe Waterweg Noord dat door het college wordt
vastgesteld en waarin nadere regels en bedragen zijn
opgenomen;
Beleidsregels: de Beleidsregels
maatschappelijke ondersteuning Nieuwe Waterweg Noord;
AWBZ: Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten;
Regio Nieuwe Waterweg Noord (NWN): de
gemeenten Maassluis, Schiedam en Vlaardingen;
Uitvoeringsorganisatie: de organisatie die
belast is met het vaststellen van de ondersteuningsbehoefte en
de noodzaak tot compensatie en met het verlenen van
voorzieningen zoals bedoeld in deze Verordening;
Compensatieplicht: de plicht van het college
aan personen met een beperking, een chronisch psychisch of een
psychosociaal probleem voorzieningen te bieden ter compensatie
van hun beperkingen op het gebied van zelfredzaamheid en
maatschappelijke participatie teneinde hen in staat te stellen
een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en om de
woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en
medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden
aan te gaan. Daarbij legt artikel 4 van de Wet het college de
plicht op om een resultaat te bereiken dat als compensatie mag
gelden en dat in het individuele geval maatwerk is;
Aanvraag: een schriftelijk verzoek van een
belanghebbende om in aanmerking te komen voor één of meerdere
voorzieningen in het kader van deze verordening.
Belanghebbende: een persoon die voor zichzelf
of, met behulp van een machtiging door een ander, een aanvraag
indient of laat indienen.
Psychosociaal probleem: een situatie van
verlies van zelfstandigheid en, met name, een gebrek aan
deelname aan het maatschappelijk verkeer, veroorzaakt door
problemen die iemand heeft in zijn relatie met anderen, met zijn
sociale omgeving.
Algemene voorziening: een voorliggende
voorziening die weliswaar niet bestemd is voor, noch te
gebruiken is door alle personen als bedoeld in artikel 4 lid 1
van de Wet, maar die anderzijds door iedereen waarvoor de
voorziening wel bedoeld is op eenvoudige wijze te verkrijgen of
te gebruiken is;
Algemeen gebruikelijke voorziening: een
voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een
beperking, dus ook door anderen gebruikt wordt, algemeen
verkrijgbaar is en niet – aanzienlijk – duurder is dan
vergelijkbare producten;
Collectieve voorziening: een voorziening die
individueel wordt verstrekt maar die door meerdere personen
tegelijk wordt gebruikt, zoals het collectief aanvullend
openbaar vervoer;
Voorliggende voorziening: een voorziening die
normaal in de maatschappij aanwezig en beschikbaar is en bedoeld
is voor iedereen die daar behoefte aan heeft;
Wettelijk voorliggende voorziening; een
voorziening op grond van een wettelijke bepaling anders dan
ingevolge de Wmo, waarmee het resultaat geheel of gedeeltelijk
bereikt kan worden.
Individuele voorziening: een voorziening die
ten behoeve van één persoon op basis van artikel 4 van de Wet
wordt verstrekt en waarop alle regels van de wet van toepassing
zijn;
Gebruikelijke zorg: de zorg die op het gebied
van het voeren van het huishouden voor alle leden van een
leefeenheid geldt om gezamenlijk voor het huishouden te
zorgen.
Voorziening in natura: een voorziening in het
kader van deze Verordening die in eigendom, bruikleen, huur,
lease of in de vorm van persoonlijke dienstverlening wordt
verstrekt;
Persoonsgebonden budget: een geldbedrag, als
alternatief voor een voorziening in natura;
Budgethouder: een persoon aan wie ingevolge
deze Verordening een persoonsgebonden budget is toegekend en die
aan het college verantwoording over de besteding van het
persoonsgebonden budget verschuldigd is;
Financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming
in de kosten van een voorziening, al dan niet forfaitair of
gemaximeerd, welke kan worden afgestemd op het inkomen van de
belanghebbende;
Eigen bijdrage of eigen aandeel in de kosten:
een door het college vast te stellen bijdrage, die bij
respectievelijk een voorziening in natura, een persoonsgebonden
budget (een eigen bijdrage) en een financiële tegemoetkoming
(een eigen aandeel) betaald moet worden;
Besparingsbijdrage: een door de
belanghebbende te betalen bijdrage, gelijk aan het bedrag dat
ten gevolge van de verlening van een voorziening door de
belanghebbende wordt bespaard omdat deze voorziening een
algemeen gebruikelijke voorziening vervangt of kan
vervangen;
Meerkosten: kosten van een mogelijk krachtens
de Wet te verlenen voorziening, voor zover dit deel van de
kosten uitgaat boven voor die persoon als algemeen gebruikelijk
te beschouwen kosten van een dergelijke voorziening;
Instandhoudingskosten: alle kosten die
betrekking hebben op het in stand houden van de voorzieningen
genoemd in deze Verordening;
Huisgenoot: een ieder met wie de
belanghebbende duurzaam gemeenschappelijk een woning
bewoont;
Mantelzorger: een persoon, die mantelzorg
verleent als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder b. van de
Wet;
Hoofdverblijf: de plaats waar een persoon
daadwerkelijk de meeste nachten per jaar doorbrengt.
Gemeenschappelijke ruimte: gedeelte van een
gebouw, bestemd voor bewoning, niet behorende tot de
onderscheiden woningen, bestemd en noodzakelijk om de woning van
de belanghebbende vanaf de toegang van het gebouw te
bereiken;
Raad van Advies: een vertegenwoordiging van
de doelgroep personen met beperkingen uit de gemeenten
Maassluis, Schiedam en Vlaardingen.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Nieuwe Waterweg Noord 2012