Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezageen uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
Het bevoegd gezag kan de vergunning weigeren als:
daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht,
dat ten koste gaat van een openbare parkeerplaats,
het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast,
er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten.
De vergunning wordt als omgevingsvergunning verleend door het bevoegd gezag.
Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de provinciale wegenverordening of de waterschapskeur.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 2:7