Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2. › AFDELING 10.

Artikel 2:42

Verontreiniging door honden

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Zoetermeer

1.. De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet: op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede bestemd voor het verkeer van voetgangers; op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide; op een andere door het college aangewezen plaats. 2.. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 3.. Het in het eerste lid neergelegde gebod is niet van toepassing op visueel gehandicapten, die geleid worden door een geleidehond of de houder van een hond welke is opgeleid door de Stichting Sociale Honden voor Gehandicapten Nederland of door de Stichting Servicehonden voor Auditief of Motorisch Gehandicapten en aan de houder ter beschikking is gesteld in verband met een motorisch gebrek. 4.. De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van de hond of degene die de hond onder zijn hoede heeft er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd. 5.. De houder of verzorger van de hond en ook degene die een hond onder zijn hoede heeft is verplicht, indien hij zich op de weg bevindt, een doeltreffend hulpmiddel bij zich te hebben dat geschikt is voor verwijdering van de uitwerpselen. 6.. De houder of verzorger van de hond en ook degene die een hond onder zijn hoede heeft, die zich met die hond op of aan de weg bevindt, is verplicht dit hulpmiddel op eerste vordering van een toezichthoudend ambtenaar te laten zien.

Rechtspraak bij dit artikel