Naar hoofdinhoud
1.. De verlaging bedoeld in artikel 26 van de wet bedraagt 10% van het netto minimumloon voor het gezin in wiens woning één of meer anderen zijn hoofdverblijf heeft/hebben; ​ 2.. Voor de toepassing van dit artikel wordt met inachtneming van artikel 4 lid 2 en lid 5 van de wet het meerderjarig kind niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel