De verschillende verlagingen in de Toeslagenverordening zien op verschillende omstandigheden bij belanghebbende en kunnen elk afzonderlijk als redelijk in betreffende omstandigheden worden
beschouwd. Zonder dit artikel zou dat echter kunnen betekenen, dat het college de bijstand vanwege deze samenloop dermate laag zou moeten vaststellen, dat er feitelijk geen sprake meer zou zijn van
adequate bijstandsverlening. In voorkomende gevallen zou het college op grond van artikel 18 lid 1 Wwb de bijstand hoger moeten vaststellen. Daarom is er voor gekozen om in de Toeslagenverordening een minimum bedrag vast te leggen, waarop het college de bijstand (inclusief
eventuele toeslag en verlagingen) ten minste moet vaststellen.