**1..** Het college kan loonkostensubsidie verstrekken aan werkgevers die met uitkeringsgerechtigden een arbeidsovereenkomst sluiten gericht op arbeidsinschakeling.
**2..** De gemeenteraad stelt aan het verstrekken van een loonkostensubsidie de volgende regels:
de arbeidsovereenkomst wordt in principe aangeboden voor een ononderbroken periode van maximaal 12 maanden, onderverdeeld in twee tijdelijke contracten van 6 maanden. Na afloop van deze 2 contracten moet de werkgever de intentie hebben om de persoon voor onbepaalde tijd in dienst te nemen bij voldoende functioneren;
het college beoordeelt bij de aanvraag van de loonkostensubsidie of de werkgever aan de uitkeringsgerechtigde voldoende kansen biedt op re-integratie naar duurzame betaalde arbeid;
de aanvraag voor loonkostensubsidie dient binnen 2 maanden na aanvang van het dienstverband te zijn ingediend;
bij de bepaling van de hoogte van de subsidie wordt rekening gehouden met de productieve waarde van de werknemer. ;
de arbeidsvoorwaarden en regelingen van de werkgever zijn van toepassing op de in dienst genomen personen;
de vacature mag niet ontstaan zijn door reorganisatie of afvloeiing, tot een half jaar voorafgaand aan het verzoek om loonkostensubsidie (geen verdringing op de arbeids-markt). Dit kan blijken uit een verklaring van de Ondernemingsraad of, als deze ontbreekt, de personeelsvertegenwoordiging, dan wel uit informatie van het UWV/Werkbedrijf;
loonkostensubsidie wordt alleen verstrekt indien hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing plaatsvindt;
de aan te stellen werknemer moet inwoner zijn van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk. Bij verhuizing naar een andere gemeente binnen een periode waarover een beschikking tot toekenning van loonkostensubsidie is gegeven, zet het college de loonkostensubsidie voort tot deze periode is verstreken;
de overeenkomst omvat zoveel uren als nodig is voor uitkeringsonafhankelijkheid, tenzij beschikbaarheid van de belanghebbende geringer is op aantoonbare medische of psychische gronden;
de loonkostensubsidie kan ingezet worden wanneer door het college, aan de hand van een onderzoek, is vastgesteld dat een loonkostensubsidie geïndiceerd is;
geen subsidie wordt verstrekt voor kosten waarvoor, al dan niet door de gemeente, reeds een andere subsidie wordt verstrekt;
voorwaarde voor een verlenging van de lopende loonkostensubsidie is dat de werknemer (nog steeds) inwoner is van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk.
**3..** De gemeenteraad stelt aan het verstrekken van reiskosten, begeleidingskosten, scholingskosten en onkostenvergoedingen de volgende regels:
de werkgever biedt op eigen kosten aan de werknemer de dagelijkse begeleiding die nodig is om de functie op adequate wijze te kunnen uitoefenen;
reiskosten woon/werkverkeer (geen zakelijke reiskosten) komen voor vergoeding in aanmerking. Het betreft de werkelijke kosten van het openbaar vervoer (tweede klasse) of een vergoeding van maximaal € 0,19 per (auto)kilometer met een maximum van 25 kilometer enkele reis per werkdag;
begeleidingskosten en kosten voor sollicitatieondersteuning gericht op doorstroom naar een reguliere werkgever kunnen voor vergoeding in aanmerking komen. Of een vergoeding verstrekt kan worden is afhankelijk van de noodzaak, welke ter beoordeling staat van het college;
scholingskosten kunnen beperkt voor vergoeding in aanmerking komen. Maximaal € 1.500,00 afhankelijk van de noodzaak, welke ter beoordeling staat van het college;
onkostenvergoedingen kunnen voor vergoeding in aanmerking komen. Of er een vergoeding verstrekt kan worden is afhankelijk van de aard van de kosten en de noodzaak, welke ter beoordeling staat van het college.
**4..** De gemeenteraad stelt aan de hoogte van de loonkostensubsidie de volgende regels:
de hoogte van de loonkostensubsidie incl. een eventuele verlaging door een inleenvergoeding wordt door het college vastgesteld en wordt afgestemd op de productieve waarde van de werknemer en de uitstroomkansen bij de werkgever;
als grondslag voor de berekening van de loonkostensubsidie geldt het wettelijk minimumloon dat op de gesubsidieerde werknemer van toepassing zou zijn, vermeerderd met de daarover verschuldigde werkgeverslasten en verminderd met alle tegemoetkomingen van welke aard dan ook die de werkgever ontvangt of kan ontvangen met betrekking tot het loon en de werkgeverslasten;
de loonkostensubsidie bedraagt in de eerste tot en met de zesde maand (gedurende het eerste halfjaarcontract) en van de zevende tot en met de twaalfde maand (gedurende het tweede halfjaarcontract) maximaal 100% van het toepasselijke bruto wettelijk minimumloon. Echter kan er tijdens deze perioden een inleenvergoeding gevraagd worden. Deze vergoeding zal leiden tot een verlaging van de loonkostensubsidie;
aanpassing van de loonkostensubsidie vindt jaarlijks plaats op 1 januari en 1 juli en is gekoppeld aan het wettelijk minimumloon;
de subsidie wordt naar rato verlaagd bij een dienstverband van minder dan 36 uur per week.