Deze verordening verstaat onder:
1. “dag”: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;
2. “week”: een aaneengesloten periode van zeven dagen;
3. “maand”: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand;
4. “jaar”: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar;
5. “kalenderjaar”: de periode van 1 januari tot en met 31 december