1. Voordat een maatregel wordt opgelegd, wordt de belanghebbende in de gelegenheid gesteld hierover, mondeling of schriftelijk, zijn zienswijze naar voren te brengen.
2. Het horen van belanghebbende kan achterwege worden gelaten als:
a. De vereiste spoed zich daartegen verzet;
b. De belanghebbende al eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan;
c. De belanghebbende niet heeft voldaan aan een verzoek van het college of een door haar ingeschakelde derde, om binnen een gestelde termijn inlichtingen te verstrekken als bedoeld in artikel 13 van de IOAW/IOAZ;
d. Het college het horen niet nodig acht voor het vaststellen van de ernst van de gedraging of de mate van verwijtbaarheid.
Hoofdstuk 1
Artikel 7
Horen van belanghebbende
Onderdeel van Maatregelen- en handhavingsverordening IOAW en IOAZ Sociale Dienst Oost Achterhoke