Naar hoofdinhoud

Paragraaf

Artikel 2

Inkomen en vermogen

Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere bijstand en Armoedebeleid Stadskanaal 2009

Het in aanmerking te nemen inkomen wordt bepaald aan de hand van het inkomen op het moment van de aanvraag. Bij onregelmatige inkomsten is het gemiddelde inkomen in de drie maanden voorafgaande aan de maand van aanvraag bepalend. Van het in aanmerking te nemen inkomen worden de middelen bedoeld in artikel 31 lid 2 sub h  en artikel 33 lid 5 van de Wet werk en bijstand  niet tot het draagkrachtinkomen van belanghebbende gerekend. Inkomsten uit arbeid van inwonende kinderen (artikel 31 lid 2 onderdeel h van de Wet werk en bijstand ) worden niet vrijgelaten, indien het bijzondere bijstand betreft voor het minderjarige kind zelf. De langdurigheidstoeslag wordt niet als inkomen aangemerkt. Van het in aanmerking te nemen vermogen worden de middelen bedoeld in artikel 34 lid 2 van de Wet werk en bijstand  niet tot het draagkrachtvermogen van belanghebbende gerekend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel