In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
1990 moeten de rechten, met uitzondering van het onderhoudsrecht
bedoeld in hoofdstuk 8, onderdeel 8.1 van de tarieventabel,
worden betaald binnen 8 dagen na de dagtekening van de
schriftelijke kennisgeving.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
1990 moet het onderhoudsrecht bedoeld in hoofdstuk 8, onderdeel
8.1 van de tarieventabel, worden betaald in twee gelijke
termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de
maand volgend op die welke in de dagtekening van het
aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.
In afwijking van het tweede lid geldt, ingeval het totaalbedrag
van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder
is dan € 5.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door
middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien
gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag
van de maand volgend op die welke in de dagtekening van het
aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen
telkens een maand later.
Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het derde lid
tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt met
betrekking tot het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot
automatische incasso en gelden de betaaltermijnen als genoemd in
het tweede lid.
De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de
voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 8
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten 2012