Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

Tarieven en berekening van de belasting

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2012

1.. De belasting wordt geheven volgens de in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.. Voor de berekening van de belasting wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid van tijd, hoeveelheid of afmeting als een volle eenheid gerekend, tenzij anders is aangegeven. 3.. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt wordt de belasting, waarvoor in de tarieventabel uitsluitend jaartarieven zijn opgenomen, geheven over zoveel twaalfde gedeelten als na de aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden in dat jaar overblijven. 4.. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar eindigt wordt, ten aanzien van de belasting waarvoor in de tarieventabel uitsluitend jaartarieven zijn opgenomen, ontheffing verleend over zoveel twaalfde gedeelten als na de beëindiging van de belastingplicht nog volle kalendermaanden in dat jaar overblijven. 5.. Het derde en het vierde lid zijn niet van toepassing op nummer 5 van de tarieventabel. 6.. Voor de berekening van de belasting worden geen andere eenheden van tijd gehanteerd dan die welke in de tarieventabel zijn vermeld. Ten aanzien van de nummers in de tabel achter welke meer dan één eenheid is opgenomen wordt uitgegaan van voor de belastingplichtige meest gunstige wijze van berekening van de belasting. 7.. Indien een oppervlaktetarief is vastgesteld wordt de belasting berekend naar de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald. 8.. Indien voor het hebben van voorwerpen een vergunning verleend is, wordt voor de berekening van de belasting aangesloten bij de maateenheid waarvoor de vergunning verleend is. 9.. Indien niet of niet volledig gebruik gemaakt wordt van de vergunning kan ontheffing verleend worden voor zoveel gedeelten van de vergunde maateenheid waarvan geen gebruik gemaakt is.

Rechtspraak bij dit artikel