De belasting wordt geheven:
van degene die bij het begin van het belastingjaar het
genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op
de gemeentelijke riolering, verder te noemen:
eigenarendeel; en
van de gebruiker van een perceel van waaruit water
direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt
afgevoerd, verder te noemen gebruikersdeel.
Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel
een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom,
bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van
het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is
vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen
genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
is.
Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker
aangemerkt:
degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel
al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of
persoonlijk recht gebruikt;
geval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte
als bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan:
degene die dat gedeelte voor gebruik heeft
afgestaan.
Artikel 3
Belastbaar feit en belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2012