Woning
Het in deze verordening vastgelegde beleid ten aanzien van toeslagen en verlagingen heeft mede betrekking op bewoners van een woonwagen en een woonschip. Daarnaast wordt tot uitdrukking gebracht dat mensen die weliswaar niet in dezelfde woning, woonwagen of woonschip verblijven, maar wel op dezelfde kavel verblijven waar een woning op gebouwd is of een woonwagen staat of mede gebruik maken van een ligplaats, geacht worden mede hun hoofdverblijf te hebben in de woning, woonwagen of het woonschip. Hetzelfde geldt voor mensen die een woonruimte bewonen en die voor het gebruik van voorzieningen afhankelijk zijn van een andere woning, standplaats of ligplaats.
Deze mensen worden geacht mede hun hoofdverblijf te hebben in de woning, op de standplaats of op de ligplaats waarvan de voorzieningen worden betrokken. Bij het gebruik maken van voorzieningen kan gedacht worden aan het betrekken van gas, licht of water of het gebruik van het toilet of wasgelegenheid. Ook mensen die verblijven in een opstal of bijgebouwtje direct grenzend aan een woning, standplaats of ligplaats worden geacht mede hun hoofdverblijf te hebben in die woning, op die standplaats of op die ligplaats. Als voorbeelden hiervan gelden: iemand woont in een caravan of woonwagen die direct naast een standplaats is neergezet of iemand verblijft in een "schuurtje" dat geplaatst is op de oever of kade direct grenzend aan de ligplaats van een woonschip.
Hoofdstuk
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand Zwolle 2012