De norm voor gehuwden in wier woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft, wordt niet verlaagd.
De norm voor gehuwden in wier woning een ander zijn hoofdverblijf heeft, wordt met 10 procent van de gehuwdennorm verlaagd.
De norm voor gehuwden die in de woning van een ander hun hoofdverblijf hebben, wordt met 10 procent van de gehuwdennorm verlaagd.
In afwijking van het gestelde in lid 3 wordt de gehuwdennorm voor gehuwden niet verlaagd indien de gehuwden een kamer of een gedeelte van een woning huren, zonder dat de hoofdbewoner of de huiseigenaar mede in deze woning verblijft.
Bij de vaststelling van de verlaging als bedoeld in lid 2 wordt een inwonend niet ten laste komend kind met een inkomen dat hoger is dan de som van de bijstandsnorm op grond van artikel 21 onder a van de wet en de maximale toeslag op grond van artikel 25 van de wet beschouwd als een ander die in de woning van de uitkeringsgerechtigde zijn hoofdverblijf heeft.
Hoofdstuk 2
Artikel 5
Gehuwden
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand Zwolle 2012