Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4

Alleenstaanden en alleenstaande ouders

Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand Zwolle 2012

1.. De toeslag voor de alleenstaande of de alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft, bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm. 2.. De toeslag voor de alleenstaande of de alleenstaande ouder in wiens woning een ander zijn hoofdverblijf heeft bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm. 3.. De toeslag voor de alleenstaande of de alleenstaande ouder die in de woning van een ander zijn hoofdverblijf heeft bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm. 4.. In afwijking van het gestelde in lid 3 bedraagt de toeslag voor de alleenstaande of de alleenstaande ouder die een kamer of een gedeelte van een woning huurt, zonder dat de hoofdbewoner of de huiseigenaar mede in deze woning verblijft, 20 procent van de gehuwdennorm. 5.. Bij de vaststelling van de toeslag als bedoeld in lid 2 wordt een inwonend niet ten laste komend kind met een inkomen dat hoger is dan de som van de bijstandsnorm op grond van artikel 21 onder a van de wet en de maximale toeslag op grond van artikel 25 van de wet beschouwd als een ander die in de woning van de uitkeringsgerechtigde zijn hoofdverblijf heeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel