Voor de bepaling van het subsidiebedrag van de in de artikelen 3 en 4 genoemde activiteiten gelden de volgende grondslagen:
Een bedrag per jeugdlid. Dit bedrag wordt vastgesteld door 30% van het totaal door de jeugdleden betaalde contributie in een jaar, met een maximum van € 6,67 per jeugdlid per jaar.
Een bedrag voor de opleidingskosten. Dit bedrag wordt vastgesteld door 50% van de verschuldigde lesgelden te vergoeden, met een maximum van € 90,76 per deelnemer per jaar.
Gelet op artikel 8 van deze deelverordening worden de bedragen vastgesteld op basis van het beschikbare subsidiebedrag in overeenstemming met het vastgestelde subsidieplafond.