Voor de bepaling van het subsidiebedrag van de in de artikelen 2 en 3 genoemde activiteiten gelden de volgende grondslagen:
Een basisbedrag per zelfstandige vereniging. Deze financi6le bijdrage dient voor de dekking van de vaste kosten van de vereniging. Voor muziekverenigingen is het bedrag vastgesteld op € 1.454,--. Voor zang- , dans- en toneelverenigingen wordt het basisbedrag aan de hand van het aantal leden op de peildatum bepaald:
10-18 leden - €491,--
18-35 leden - €640,--
35 of meer leden - €788,--
Een bedrag per bespeeld instrument ter dekking van de afschrijvingskosten. Dit bedrag is vastgesteld op € 23,-- per bespeeld instrument.
Een bedrag als financiële bijdrage in het honorarium van de dirigent en/of instructeur. Dit is een procentuele bijdrage in de werkelijke kosten voor de inhuur van een dirigent en/of instructeur. Percentage is vastgesteld op 35.7%.
Een bedrag als financiële bijdrage in de kosten van een uitvoering of voorstelling. Dit bedrag is vastgesteld op maximaal € 681,--.
Gelet op artikel 8 van deze deelverordening worden de definitieve bedragen vastgesteld op basis van het beschikbare subsidiebedrag in overeenstemming met het vastgestelde subsidieplafond.