Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.2

Artikel 2.2.5

Intrekken van de huisvestingsvergunning

Onderdeel van VERORDENING houdende regels betreffende de verdeling en het gebruik van woonruimte

Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken, indien: de vergunninghouder de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft niet binnen de door burgemeester en wethouders gestelde termijn in gebruik heeft genomen; de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens, waarvan deze wist of redelijkerwijs kan vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.

Rechtspraak bij dit artikel