Burgemeester en wethouders dienen een onttrekkingvergunning in te trekken, indien:
niet binnen één jaar, nadat de beschikking onherroepelijk is geworden, is overgegaan tot onttrekking, samenvoeging of omzetting;
de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.6
Intrekking
Onderdeel van VERORDENING houdende regels betreffende de verdeling en het gebruik van woonruimte