**1..** Toegang tot de voorrangsregeling heeft de woningzoekende die:
een maatschappelijke binding heeft met de regio in de zin dat hij op het moment van de aanvraag blijkens de Gemeentelijke Basisadministratie minstens twee jaar onafgebroken ingezetene is van de regio, dan wel daar gedurende de voorafgaande tien jaar minstens zes jaar onafgebroken ingezetene van is geweest; en
op grond van de normen als geformuleerd in de Wet op de huurtoeslag behoort tot de doelgroep van het volkshuisvestingsbeleid.
**2..** In afwijking van het bepaalde in lid 1, onder a hebben geen toegang tot de voorrangsregeling woningzoekenden die inwonend zijn en bewoners van onzelfstandige woonruimte, anders dan in een opvanginstelling in de regio.
**3..** Het bepaalde in lid 1, onder a geldt voor de duur van één jaar, gerekend vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening en kan na verkregen toestemming van het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland telkens met één jaar worden verlengd.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.3
Artikel 2.3.2