Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning tot onttrekking, samenvoeging, of omzetting als bedoeld in artikel 3.1.2 intrekken, indien:
niet binnen één jaar, nadat de beschikking onherroepelijk is geworden, is overgegaan tot onttrekking, samenvoeging of omzetting;
de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.
indien niet aan de in artikel 3.1.4, lid 5 genoemde voorwaarde met betrekking tot het totstandkomen van een bouwvergunning wordt voldaan.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.6