Burgemeester en wethouder vermelden in een voorrangsverklaring de volgende zaken:
de erkenning dat de woningzoekende aan wie de voorrangsverklaring is verleend dringend behoefte heeft aan woonruimte binnen de door burgemeester en wethouders aangegeven termijn;
het huisvestingsprofiel dat voor de desbetreffende woningzoekende van toepassing is, onder de mededeling dat de voorrang beperkt is tot woonruimte die past binnen het huisvestingsprofiel;
de termijn waarbinnen van de voorrangsverklaring gebruik kan worden gemaakt;
of de voorrangsverklaring lokaal of regionaal geldt.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.3
Artikel 2.3.4