Naar hoofdinhoud
1.. De aanvrager compenseert de te onttrekken, samen te voegen of om te zetten woonruimte: door het toevoegen aan de woningvoorraad van andere, vervangende woonruimte, die naar het oordeel van burgemeester en wethouders gelijkwaardig is aan de te onttrekken woonruimte, of; door het betalen van een compensatiebedrag, waarbij de volgende bedragen gelden: voor een gedeeltelijke onttrekking aan de woonbestemming € 100,- per m2, met een maximum van € 5.000,--; voor een volledige onttrekking aan de woonbestemming, of samenvoeging van woonruimte, of omzetting van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte € 5.000,-- per woonruimte. 2.. Het fonds dat door deze compensatiegelden wordt gevormd kan uitsluitend binnen het kader van de volkshuisvesting worden aangewend. 3.. Burgemeester en wethouders kunnen geheel of gedeeltelijk vrijstelling verlenen van compensatie: bij samenvoeging, indien de eigenaar-bewoner een investering doet voor noodzakelijk bouwkundig herstel aan het casco. De mate waarin vrijstelling wordt verleend, hangt af van de hoogte van de investering in relatie tot de economische marktwaarde van de kleinste van de samen te voegen woningen. Het percentage van de vrijstelling wordt op de volgende manier berekend: het investeringsbedrag voor het bouwkundig herstel, gedeeld door de WOZ-waarde van de kleinste woning, vermenigvuldigd met 100; bij onttrekking of omzetting van woonruimte voor niet-commerciële doeleinden; indien de onttrekking of samenvoeging naar het oordeel van burgemeester en wethouders wezenlijk bijdraagt aan differentiatie/kwaliteitsverbetering van de woningvoorraad. 4.. Burgemeester en wethouders restitueren een deel van het compensatiebedrag, te weten € 4.000,--, voor een vergunning voor het omzetten van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte, indien binnen 13 maanden na verlening de vergunning wordt ingetrokken op verzoek van de vergunninghouder en de vergunning destijds niet in het kader van legalisatie is aangevraagd.

Rechtspraak bij dit artikel