Naar hoofdinhoud

Artikel 6

– Belastingtarieven

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2012

1.De belasting als bedoeld in artikel 2 bedraagt per perceel per belastingjaar: € 139,25 Het in lid 1 vermelde bedrag wordt wanneer meer dan 500m³ afvalwater wordt afgevoerd, doch niet meer dan 1.000m³, verhoogd met: € 139,25; wanneer meer dan 1000m³ afvalwater wordt afgevoerd, doch niet meer dan 1500m³, verhoogd met: € 278,50; wanneer meer dan 1.500m³ afvalwater wordt afgevoerd, doch niet meer dan 2.000m³, verhoogd met: € 417,75; wanneer meer dan 2.000m³ afvalwater wordt afgevoerd, doch niet meer dan 2.500m³, verhoogd met: € 557,00; wanneer meer dan 2.500m³ afvalwater wordt afgevoerd, doch niet meer dan 5.000m³, verhoogd met: € 696,25; wanneer meer dan 5.000m³ afvalwater wordt afgevoerd, doch niet meer dan 10.000m³, verhoogd met: € 835,50; wanneer meer dan 10.000m³ afvalwater wordt afgevoerd, doch niet meer dan 25.000m³, verhoogd met: € 974,75; wanneer meer dan 25.000m³ afvalwater wordt afgevoerd, doch niet meer dan 50.000m³, verhoogd met: € 1.114,00; wanneer meer dan 50.000m³ afvalwater wordt afgevoerd, doch niet meer dan 100.000m³, verhoogd met: € 1.253,,25; wanneer meer dan 100.000m³ afvalwater wordt afgevoerd, doch niet meer dan 250.000m³, verhoogd met: € 1.392,50; wanneer meer dan 250.000m³ afvalwater wordt afgevoerd, doch niet meer dan 500.000m³, verhoogd met: € 1.531,75; wanneer meer dan 500.000m³ afvalwater wordt afgevoerd verhoogd met: € 1.671,00. Artikel 7 - Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van garageboxen, trafo’s, hoogspanningsmasten, zendmasten en onbebouwde percelen. Artikel 8 - Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 9 - Wijze van heffing De belasting wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel 10 - Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang De belasting als bedoeld in artikel 2, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de beëindiging van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. Artikel 11 - Termijnen van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. In afwijking van het eerste lid geldt voor aanslagen die worden opgelegd in het kalenderjaar waarop zij betrekking hebben, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan minder is dan € 3.000,00, dat de aanslagen moeten worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later. In afwijking van het eerste en tweede lid geldt voor aanslagen die worden opgelegd in het belastingtijdvak waarop zij betrekking hebben, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, groter dan € 30,00 en minder dan € 3.000,00 is en het totaalbedrag van dat aanslagbiljet door middel van automatische betalingsincasso kan worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingtijdvak resteren. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijk gestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete, zijn het eerste tot en met derde lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 12 - Nadere regels door het college Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de rioolheffing. Artikel 13 – Kwijtschelding Van de rioolheffing kan kwijtschelding worden verleend als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 (Stbl 221). Artikel 14 - Inwerkingtreding en citeertitel De “Verordening rioolrecht 2011” van 25 november 2010, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2012. Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening rioolheffing 2012”. Vastgesteld in de openbare vergadering van 15 december 2011 griffier, voorzitter, Belastingmaatregelen 2012 Zonder hoofdelijke stemming wordt het voorstel aangenomen waarbij de fractie van Gemeentebelang geacht wordt tegen het onderdeel “hondenbelasting” te hebben gestemd. Deze verordening zal worden/is gepubliceerd in Ermelo’s Weekblad van woensdag 21 december 2011

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel