Ten aanzien van de tarieven als genoemd in de
onderdelen 4.2.1 en 4.2.2 van de tarieventabel:
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
moeten de aanslagen worden betaald binnen drie maanden na de
dagtekening van het aanslagbiljet.
In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde
bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
afgeschreven, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet
verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat
het bedrag daarvan:
lager is dan of gelijk is aan € 50,00, dat de aanslagen moeten
worden betaald in twee gelijke termijnen;
hoger is dan € 50,00 echter lager is dan of gelijk is aan € 100,00
dat de aanslagen moeten worden betaald in vier gelijke
termijnen;
hoger is dan € 100,00 dat de aanslagen moeten worden betaald in tien
gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt dan één maand na
dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen
telkens een maand later.
In afwijking van het tweede lid bestaat geen mogelijkheid tot
automatische incasso voor niet-natuurlijke personen waarvan het
totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde bedragen hoger is
dan € 2000,00. In dat geval gelden de betalingstermijnen zoals
genoemd in het eerste lid.
Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid
tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt voor het
betreffende aanslagbiljet de mogeliikheid tot automatische incasso
en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het eerste lid.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
voorgaande leden gestelde termijnen.
De overige in de tarieventabel genoemde tarieven moeten worden
betaald binnen dertig dagen na dagtekening van het
aanslagbiljet.