1.Bij een woning of woongebouw moet een erf aanwezig zijn dat ten
minste een strook grond
omvat die:
over de volle breedte van het gebouw aansluit aan de
achtergevel, en
voor wat betreft het achter het gebouw gelegen deel dat is
begrepen tussen het
verlengde van de zijgevels, een diepte heeft van ten minste 5
meter.
2.De maat genoemd in het eerste lid, moet worden gemeten haaks op de
achtergevelrooilijn en
vanuit het verst achterwaarts gelegen deel van het gebouw. Daarbij
moeten de onderdelen
van dat gebouw, bedoeld in, en de balkons en veranda's buiten
beschouwing blijven.
Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in
afwijking van het bepaalde in:
het eerste lid, wat de aanwezigheid van het erf
betreft, indien de gelijkstraats gelegen
bouwlaag niet tot bewoning bestemd is;
het eerste lid, indien aan één van de volgende voorwaarden
wordt voldaan:
een gunstige, andere indeling van het erf is
aanwezig;
het gebouw zal zijn gelegen op een terrein waarvan
twee tegenover elkaar
liggende zijden grenzen aan wegen, aan een weg en een openbaar
water,
aan een weg en een spoorweg of aan een weg en een plantsoen, mits
dat
terrein slechts aan één van die zijden mag worden bebouwd en tevens
een erf
van redelijke afmetingen tot stand wordt gebracht;
3.bij het vergroten van een gebouw dat niet aan de bepalingen voor
te bouwen
woningen en woongebouwen van het Bouwbesluit voldoet, wordt de
bestaande toestand verbeterd.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 5
Artikel 2.5.15
Erf bij woningen en woongebouwen
Onderdeel van Bouwverordening gemeente Boekel