Het college biedt jaarlijks aan de raad een kadernota aan met
een voorstel voor het beleid en de financiële kaders voor het
volgende begrotingsjaar en de drie opvolgende jaren. In deze
nota worden voor zover van toepassing de bevindingen betrokken
uit de rapportage van de begrotingsuitvoering bedoeld in artikel
6 en de jaarstukken bedoeld in artikel 3.
De raad stelt de kadernota vast.