1.Salarisverhogingen als bedoeld in artikel 7 worden
achterwege gelaten:
a.gedurende de tijd, doorgebracht met verlof buiten
genot van bezoldiging voor een duur van langer dan 3
maanden waarbij dat verlof is verleend uitsluitend in
het belang van de ambtenaar, dan wel onder de voorwaarde
dat bedoelde tijd niet zal meetellen voor de in artikel
7 bedoelde verhoging;
b.gedurende de tijd waarin de ambtenaar in de
uitoefening van zijn functie is geschorst op grond van
het bepaalde in hoofdstuk 8 van de
Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Oisterwijk 1997,
tenzij burgemeester en wethouders het tegendeel bepalen.
c.indien een ambtenaar, blijkend uit een
personeelsbeoordeling, onvoldoende functioneert. In dit
geval wordt tenminste éénmaal per 3 maanden opnieuw
bezien in hoeverre er aanleiding is deze situatie te
bestendigen.
1.Indien salarisverhogingen met toepassing van het
eerste lid achterwege zijn gelaten, gaan verdere
salarisverhogingen zoveel later in als de onthouding als
bedoeld in lid 1, sub a en b heeft geduurd, dan wel,
ingeval van lid 1, sub c, de uitkomst van een
personeelsbeoordeling daartoe aanleiding geeft, tenzij
burgemeester en wethouders bepalen dat de
salarisverhogingen alsnog met terugwerkende kracht
worden toegekend.
2.Van een beslissing tot toepassing van het eerste lid
wordt de ambtenaar zo spoedig mogelijk, doch in elk
geval voor de datum waarop anders de salarisverhoging
zou ingaan, schriftelijk mededeling gedaan onder
vermelding van de redenen welke tot de beslissing hebben
geleid
Hoofdstuk II › Paragraaf
Artikel 8
Artikel 8
Onderdeel van Bezoldigingsverordening gemeente Oisterwijk 1999