Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › AFDELING 11

Artikel 2.57

Loslopende honden, verboden plaatsen, identificatie

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Goirle 2012

1.. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen op een ander terrein dan het terrein waarvan hij de rechthebbende is: zonder dat die hond kort is aangelijnd; zonder dat die hond voorzien is van een halsband of ander identificatiekenmerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen. 2.. Het in het eerste lid onder a gesteld verbod is niet van toepassing op het laten verblijven of laten lopen van een hond: op het terrein van een ander, mits diens toestemming met een schriftelijk en ondertekend bewijs terstond kan worden aangetoond; voorzover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden en de hond als zodanig aantoonbaar gekwalificeerd is of indien de eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond; op een door burgemeester en wethouders aangewezen plaats, al of niet als zodanig met een bord met opschrift aangeduid.

Rechtspraak bij dit artikel