Naar hoofdinhoud
1.. De aanslagen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, moeten worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2.. In afwijking van het eerste lid geldt dat, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbil­jet verenigde aanslagen precariobelasting of andere heffingen minder is dan € 5.000,- en indien een machtiging voor automatische incasso is afgegeven, de aanslagen worden geïnd in acht gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die welke in de dagteke­ning van het aanslag­biljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. Het minimum totaalbedrag aan gemeentelijke belastingen voor de automatische incasso bedraagt € 50,- 3.. De gevorderde bedragen als bedoeld in artikel 8, tweede lid, moeten worden betaald binnen dertig dagen na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel