Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 20.

Bijzondere beperkingen en weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Assen 2012

1.. Een belanghebbende komt alleen voor de in artikel 18, eerste lid, onder sub b, c, d, g en h van deze verordening genoemde individuele voorzieningen in aanmerking als: zijn beperkingen het gebruik van een collectief aanvullend vervoer onmogelijk maken, of een collectief aanvullend vervoer niet beschikbaar is. 2.. Een belanghebbende komt alleen voor de in artikel 18, eerste lid, onder sub g en h van deze verordening genoemde individuele voorzieningen in aanmerking als zijn beperkingen het gebruik van de voorziening genoemd in artikel 18, eerste lid, onder d, onmogelijk maken. 3.. Een belanghebbende komt alleen voor de in artikel 18, eerste lid, onder sub b en c van deze verordening genoemde individuele voorzieningen in aanmerking als zijn beperkingen het gebruik van de overige in artikel 18, eerste lid van deze verordening genoemde voorzieningen onmogelijk maken. 4.. Het college weigert als het netto maandinkomen van de belanghebbende meer dan 1,5 maal het norminkomen bedraagt een voorziening in: aanvullend collectief vervoer; een al dan niet aangepaste auto; het gebruik van een eigen auto; een taxi; een rolstoeltaxi. 5.. De in het vierde lid van dit artikel genoemde belanghebbende die uitsluitend gebruik kan maken van een rolstoeltaxi komt in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming gelijk aan het verschil tussen een vergoeding voor het gebruik van een taxi en de vergoeding voor het gebruik van een rolstoeltaxi als hij geen auto heeft en geen gebruik kan maken van collectief aanvullend vervoer. 6.. De in het vierde lid van dit artikel genoemde belanghebbende komt in aanmerking voor een voorziening in collectief aanvullend vervoer tegen het tarief dat is vermeld in de laatstelijk gepubliceerde legesverordening van de gemeente Assen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel