**1..** Het college weigert een woonvoorziening als:
de belanghebbende met zijn beperkingen normaal gebruik kan maken van zijn woonruimte;
de belanghebbende geen hoofdverblijf houdt in de woonruimte waarop de woonvoorziening betrekking heeft tenzij deze voorziening het bezoekbaar maken van een woning betreft;
de belanghebbende niet verhuisd is naar de op dat moment beschikbare en voor zijn beperkingen meest geschikte woning zonder dat daarvoor schriftelijk toestemming is verleend door het college;
deze betrekking heeft op gemeenschappelijke ruimten anders dan automatische deuropeners, hellingbanen en extra trapleuningen;
de woonvoorziening aangevraagd wordt op een moment dat, op basis van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie, te voorzien was dat deze voorziening noodzakelijk zou zijn en er geen sprake is van een onverwacht intredende noodzaak;
de belanghebbende voor het eerst zelfstandig gaat wonen en de aanvraag een voorziening in verhuizing of inrichting betreft;
de belanghebbende verhuisd is uit of naar een woonruimte die niet geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden;
de belanghebbende verhuisd is naar een AWBZ-instelling of een andere instelling gericht op het verstrekken van zorg;
de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen.
**2..** Een verhuizing waardoor de afstand tussen het werk en de woniong minder dan 80 kilometer blijft, is geen belangrijke reden als bedoeld in het eerste lid aanhef en sub e van dit artikel.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 16.
Bijzondere weigeringsgronden
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Assen 2012