1 Het college gaat niet over tot vordering ten behoeve van medegebruik indien
het bevoegd gezag de leegstand van het gebouw waarin het beoogde medegebruik
dient plaats te vinden in gebruik heeft gegeven aan een andere school of scholen
ten behoeve van het onderwijs aan die school of scholen.
2 Het gestelde in het eerste lid is niet van toepassing indien het gebruik van
die andere school of scholen kan plaatsvinden in de aan die scholen reeds ter
beschikking staande huisvestingscapaciteit.
3 Indien er zich in meerdere gebouwen leegstand voordoet wordt:
a als eerste de leegstand gevorderd in het gebouw dat in gebruik is bij een
school van hetzelfde bevoegd gezag, tenzij uit oogpunt van doelmatigheid het
vorderen van leegstand in een ander gebouw een betere oplossing biedt;
b vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw waarin een school van dezelfde
richting is gehuisvest en
c vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw dat het dichtst gelegen is bij
het hoofdgebouw van de school ten behoeve waarvan de vordering plaatsvindt.
4 Het college kan, indien de bij de vordering betrokken bevoegde gezagsorganen
daarmee instemmen, in een individueel geval van de in het derde lid opgenomen
volgorde afwijken.
HOOFDSTUK 5 › Paragraaf 5.1
Artikel 31
Nalaten vordering; volgorde van vorderen
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Sliedrecht