Bij niet-, niet tijdige of niet behoorlijke nakoming van enige verplichting, voortvloeiende uit de erfpachtovereenkomst en/of op de erfpachtovereenkomst van toepassing zijnde bepaling(en) uit deze algemene erfpachtvoorwaarden, verbeurt de erfpachter, na ingebrekestelling en na verloop van de daarin gestelde termijn, ten behoeve van de gemeente een onmiddellijk opeisbare boete van de canon zoals die laatstelijk door de gemeente werd vastgesteld/aangepast, tenzij op de betreffende niet-nakoming in enig ander artikel afzonderlijk een boete is gesteld, in welk geval de afzonderlijke boetebepaling van toepassing is.
Naast het gestelde in lid a van dit artikel behouden partijen het recht om bij niet-nakoming van enige uit de erfpachtovereenkomst voortvloeiende verplichting en/of op de erfpachtovereenkomst van toepassing zijnde bepaling(en) uit deze algemene erfpachtvoorwaarden, in rechte nakoming te vorderen.
Artikel 25 is van toepassing op het bepaalde in dit artikel, zodat het bepaalde in dit artikel als kettingbeding dient worden opgenomen in iedere opvolgende overeenkomst.
Hoofdstuk
Artikel 18
Boetebepaling
Onderdeel van Algemene erfpachtvoorwaarden voor bedrijfsterreinen gemeente Venlo 2012