a.zorgbehoefte:
Binnen de WWB zelf (artikel 4) wordt invulling gegeven aan het begrip zorgbehoefte. De belanghebbende dient zelf aan te tonen te voldoen aan dit begrip.
Er zijn twee soorten:
1.Zorgbehoefte broer, zus, grootouder of kleinkind (2e graad).
Wat voor deze groep als zorgbehoefte geldt, is niet in de WWB opgenomen. Volgens jurisprudentie (o.a. LJN: BR3329) is er sprake van zorgbehoefte als om moverende reden wordt afgezien van AWBZ-plaatsing, als de klant op wachtlijst voor AWBZ-plaatsing staat, of als de klant is aangewezen op intensieve zorg van anderen wegens stoornissen van lichamelijke, verstandelijke of geestelijke aard.
2.Zorgbehoefte voor kind of ouder:
In deze situatie kan een zorgbehoevend gezinslid het college verzoeken om niet onder het gezinsbegrip te vallen. Het moet gaan om een meerderjarig iemand die:
jonger is dan 65 jaar of reeds de dag voor zijn 65e aan punt 3 voldoet en na zijn 65e aan alle punten voldoet;
in dezelfde woning woont als zijn meerderjarig(e) kind(eren); of in dezelfde woning woont als zijn ouder(s);
een geldig zorgindicatiebesluit AWBZ heeft voor 10 uur of meer per week (persoonlijke verzorging, verpleging, begeleiding, verblijf of voorgezet verblijf, waarbij voor begeleiding, verblijf of voortgezet verblijf een dagdeel geldt als 4 uren en een etmaal als 24 uren);
aantoont dat hij géén persoonsgebonden budget voor de zorg ontvangt en dat de zorg niet geheel of gedeeltelijk wordt verleend door een zorgaanbieder als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, AWBZ; en
aannemelijk maakt dat één of meer (stief- of schoon-) ouders en/of kinderen de zorg verleent.
Woning.
Het in deze verordening vastgelegde beleid ten aanzien van toeslagen en verlagingen heeft mede betrekking op bewoners van een woonwagen en een woonschip.
c.Woonkosten.
Voor de woonkosten van een huurwoning wordt aangesloten bij de minimum-huurgrens die de Wet op de huurtoeslag hanteert. Voor de woonkosten van een eigen woning wordt rekening gehouden met de te betalen hypotheekrente en de zakelijke lasten die aan het hebben van een eigen woning verbonden zijn. Voor wat betreft de hypotheekrente gaat het hierbij om de rente voor (dat deel van) de hypotheek die is afgesloten voor de financiering van de woning. Rente verbonden aan (een deel van) de hypotheek, die betrekking heeft op bijvoorbeeld de financiering van duurzame gebruiksgoederen, wordt niet meegenomen.
d.Overige woonkosten.
Dit begrip komt niet voor in de Wet werk en bijstand. Het is van belang dat dit begrip wordt gedefinieerd in artikel 1, eerste lid van de verordening. Om deze reden is het begrip hier toegevoegd. De opsomming van kostensoorten in de definitie is niet limitatief. De genoemde kostensoorten vallen ten minste onder het begrip "overige woonkosten". Daarnaast kan nog rekening worden gehouden met kostensoorten als kosten van contributies en abonnementen en van duurzame gebruiksgoederen.
e.Netto minimumloon.
Deze omschrijving komt overeen met de omschrijving in de wet, artikel 37, eerste lid van de Wet werk en bijstand en moet overeenkomstig worden uitgelegd.
HOOFDSTUK 1
Artikel 1,
lid 1
Onderdeel van Toeslagen en verlagingverordening Wet werk en bijstand gemeente Amstelveen