Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
kalenderweek: een aaneengesloten periode van zeven dagen, beginnende met een maandag en eindigende met een zondag;
huishoudelijk afval: afvalstoffen, afkomstig van particuliere huishoudens;
bedrijfsafval: afval, afkomstig van kantoren, winkels en diensten, gelegen in de woonkernen alsmede van agrarische bedrijven, scholen en verenigingen, dat naar aard, omvang en samenstelling gelijk is te stellen aan huishoudelijke afvalstoffen;
overig bedrijfsafval: afval, dat niet van een huishouden afkomstig is en zich qua aard, omvang en samenstelling van huishoudelijk afval onderscheidt;
grof huishoudelijk afval: afvalstoffen, afkomstig van particuliere huishoudens die door aard, omvang of hoeveelheid niet door de inzameldienst, als genoemd in hoofdstuk 6 en 7, periodiek worden ingezameld;
verzamelcontainer: een voorziening voor de inzameling van huishoudelijk restafval en groente-, fruit- en tuinafval ten behoeve van meerdere huishoudens;
verzamelplaats: een door de raad aangewezen plaats niet bij de percelen van de bewoners maar nabij de percelen waar de verzamelcontainer verblijft.
Hoofdstuk 1
Artikel 2
- Belastbaar feit
Onderdeel van De verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Eijsden-Margraten 2012