Naar hoofdinhoud

Paragraaf 3

Artikel 17

Premies

Onderdeel van Re-integratieverordening Wet werk en bijstand

1.. Het college kan aan een uitkeringsgerechtigden ouder dan 27 en jonger dan 65 jaar en aan werknemers met een detacheringsbaan als bedoeld in artikel 10, een eenmalige premie toekennen. 2.. Aan de werknemer met een detacheringsbaan voor onbepaalde tijd wordt de maximaal mogelijke premie, zoals verwoord in artikel 31 van de wet, verstrekt indien betaald werk wordt aanvaard en het dienstverband met de gemeente wordt beëindigd. 3.. Aan de uitkeringsgerechtigde, die niet direct bemiddelbaar was èn naar het oordeel van het college voldoende getracht heeft algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en te aanvaarden, kan een premie worden verstrekt bij: het aanvaarden en behouden van algemeen geaccepteerde arbeid voor tenminste 6 maanden, waarbij een inkomen wordt verworven dat tenminste gelijk is aan de norm; het gedurende 12 maanden deelnemen aan voorzieningen als bedoeld in artikel 9. afloop van de werkstage als bedoeld in artikel 8, mits deze 6 maanden heeft geduurd. 4.. De hoogte van de premie als bedoeld in lid 3 onder a wordt vastgesteld op: - € 300,00 voor een gezin € 200,00 voor een alleenstaande ouder € 100,00 voor een alleenstaande onder b en c wordt vastgesteld op: - € 150,00 voor een gezin € 100,00 voor een alleenstaande ouder € 75,00 voor een alleenstaande 5.. Aan de uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een participatieplaats dient na elke 6 maanden een activeringspremie te worden verstrekt. 6.. De activeringspremie is gelijk aan 25% van het jaarbedrag, genoemd in artikel 31 lid 2 sub j van de wet. 7.. De premie zoals bedoeld in lid 5 wordt niet verstrekt indien de uitkeringsgerechtigde naar het oordeel van het college onvoldoende meegewerkt heeft aan zijn traject. 8.. De premie wordt aangevraagd door het indienen van een volledig ingevuld en ondertekend formulier dat door het college is vastgesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel