Naar hoofdinhoud
6.1. Hoogte vergoeding verhuis- en inrichtingskosten De hoogte van de verhuiskostenvergoeding is opgenomen in bijlage 3, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen een verhuizing naar een aangepaste woning en een verhuizing naar een rolstoel toe- en doorgankelijke woning. 6.2. Primaat van de verhuizing Het bedrag als bedoeld in artikel 10 lid 3 Verordening, waarboven het primaat van verhuizing wordt toegepast, is opgenomen in bijlage 3. 6.3. Hoogte vergoeding bezoekbaar maken Het bedrag als bedoeld in artikel 12 lid 3 Verordening is opgenomen in bijlage 3. 6.4. Kosten bouwkundige- of woontechnische voorziening Alleen de kosten van de navolgende bouwkundige- of woontechnische voorzieningen komen voor vergoeding in aanmerking: de aanneemsom (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening. Indien de voorziening in zelfwerkzaamheid wordt getroffen, vervalt de post loonkosten en worden alleen de materiaalkosten vergoed; het architectenhonorarium tot ten hoogste 10% van de aanneemsom met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in SR 1997 van de BNA. Alleen in die gevallen dat het noodzakelijk is dat een architect voor de woningaanpassing moet worden ingeschakeld komen deze kosten voor vergoeding in aanmerking. Het betreft dan veelal de ingrijpende woningaanpassingen; de kosten voor het toezicht op de uitvoering, indien noodzakelijk tot € 900 volledig of indien deze meer bedragen dan € 900,-, tot een maximum van 2% van de aanneemsom; de leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de voorziening; de verschuldigde en niet verrekenbare- of terugvorderbare omzetbelasting; renteverlies, dat ontstaat indien de belanghebbende noodzakelijke betaling aan derden moet doen voordat tot vergoeding is overgegaan, maar uitsluitend indien deze betalingen verband houden met de bouw dan wel het treffen van voorzieningen; de prijs van bouwrijpe grond indien de aanschaf van de grond noodzakelijk is omdat niet binnen het oorspronkelijke kavel gebouwd kan worden; na de oorspronkelijke raming ontstane kosten, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien konden worden, mits het college schriftelijk toestemming geeft voor de uitgave van deze extra bedragen; de kosten van noodzakelijk technisch onderzoek en voor advisering over de te treffen aanpassing; de kosten van heraansluiting op de openbare nutsvoorziening; de administratiekosten die de verhuurder maakt voor het treffen van een voorziening voor zover de gezamenlijke kosten onder 1 tot en met 10 meer dan € 900,- bedragen, De vergoeding bedraagt in dat geval 8% van die kosten, met een maximum van € 340,- 6.5. Maximale aanpassingskosten De kosten voor het treffen van een voorziening als bedoeld in artikel 39, lid 6 Verordening bedragen maximaal € 900,-. 6.6. Hoogte persoonsgebonden budget voor een voorziening in de woning Het persoonsgebonden budget voor een voorziening in de woning wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de voor de gemeente goedkoopst compenserende voorziening, zoals dat door het college aan de leverancier wordt betaald. Het persoonsgebonden budget wordt verhoogd met een vaste vergoeding voor onderhoud, verzekering en reparatie. Voor onderhoud en reparatie wordt die vergoeding vastgesteld door 5,5 % van de bruto nieuwprijs (exclusief BTW) te nemen gedurende de afschrijfperiode van de voorziening en nooit meer dan het bedrag aan onderhoud en reparatie, dat het college afspreekt te betalen aan een gecontracteerde leverancier (s) bij de aanschaf van dezelfde voorziening in natura. Voor verzekering geldt een vaste vergoeding per jaar gedurende de afschrijfperiode van de voorziening, zoals opgenomen in bijlage 3. Het pgb wordt verhoogd met een vergoeding voor aanvullende kosten, bestaande uit kosten van onderhoud, verzekering en reparatie. 6.7. Hoogte persoonsgebonden budget of een financiële tegemoetkoming voor de kosten van onderhoud, keuring en reparatie van liften 1.Het college verleent alleen een persoonsgebonden budget of een financiële tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, keuring en reparatie van liften, indien de lift op grond van de Verordening en het Besluit is verleend. 2.De omvang van het persoonsgebonden budget is gebaseerd op de werkelijke kosten, maar bedraagt voor onderhoud en keuring ten hoogste de kosten als vermeld in bijlage 3. De kosten voor onderhoud, keuring en reparatie kunnen bij het college worden gedeclareerd onder overlegging van de nota. 6.8. Hoogte financiële tegemoetkoming voor de kosten van woningsanering De werkelijke kosten van woningsanering worden vergoed tot een maximum bedrag dat bestaat uit het door het NIBUD vastgestelde bedrag en daarbij wordt uitgegaan van een lineaire afschrijving gedurende 7 jaar. 6.9. Hoogte persoonsgebonden budget voor een rolstoel Het persoonsgebonden budget voor een rolstoel wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de goedkoopst compenserende voorziening, zoals dat door het college aan de leverancier wordt betaald. Het persoonsgebonden budget wordt verhoogd met een vaste vergoeding voor onderhoud, verzekering en reparatie. Voor onderhoud en reparatie wordt die vergoeding vastgesteld door 5,5 % van de bruto nieuwprijs (exclusief BTW) te nemen gedurende de afschrijfperiode van de voorziening en nooit meer dan het bedrag aan onderhoud en reparatie, dat het college afspreekt te betalen aan een gecontracteerde leverancier (s) bij de aanschaf van dezelfde voorziening in natura. Voor verzekering geldt een vaste vergoeding per jaar gedurende de afschrijfperiode van de elektrische voorziening voor buitenshuis, zoals opgenomen in bijlage 3. Het pgb wordt verhoogd met een vergoeding voor aanvullende kosten, bestaande uit kosten van onderhoud, verzekering en reparatie. 3. Indien noodzakelijk wordt het persoonsgebonden budget verhoogd met een budget voor de inhuur van een ergotherapeut voor maximaal twee instructies;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel