**12.1.** Terugvordering van een voorziening
Indien een belanghebbende met een persoonsgebonden budget of een financiële tegemoetkoming een voorziening in eigendom heeft verworven, en hij de voorziening op de door het college bedoelde wijze niet meer gebruikt, dient de belanghebbende of de nabestaande(n) de waarde van de desbetreffende voorziening volgens de in artikel 12.2 beschreven afschrijvingssystematiek terug te betalen aan het college dan wel de voorziening binnen vier weken aan het college te schenken.
**12.2.** Afschrijvingssystematiek
De afschrijvingssystematiek voor een voorziening, zoals genoemd in artikel 12.1, is gebaseerd op de terugkoopregeling met de gecontracteerde leveranciers van voorzieningen.
Bij de terugvordering van de in artikel 12.1 bedoelde waarde, wordt uitgegaan van een gemiddelde afschrijvingstermijn van vijf of zeven jaar, afhankelijk van de voorziening.
De afschrijvingssystematiek is als volgt:
Voorziening
Jr 0-1
Jr 1-2
Jr 2-3
Jr 3-4
Jr 4-5
Jr 5-6
Jr 6-7
> 7 Jr
Categorie 1
2,5 % p/m
70
40
10
5
0
0
0
Categorie 2
2,5 % p/m
70
50
30
15
10
5
0
Categorie 1: Kinderrolstoelen, incidenteel en permanent
Kinderrolstoelen elektrisch voor binnen en buiten
Kinderdriewielfietsen
Kinderwandelwagens/buggy’s
Badlift
Handbike
Categorie 2: rolstoelen voor incidenteel, passief en actief gebruik
Elektrische rolstoelen voor binnen/buiten gebruik
Scootmobielen
Driewielfietsen
Transferlift (actief en passief)
Douche- en toiletstoel
Bad en douchehulpmiddelen
Douchebrancard
Fiets met lage instap
4.Indien rolstoelen zeer intensief worden gebruikt, kan worden afgeweken van de gemiddelde afschrijvingstermijn, als de budgethouder aannemelijk maakt, dat in verband met bijzondere omstandigheden door intensief gebruik een eerdere afschrijving noodzakelijk is.
**12.3.** Verrekening
Indien een belanghebbende met een persoonsgebonden budget of een financiële tegemoetkoming een voorziening in eigendom heeft verworven, en hij de voorziening binnen de in artikel 12.2 genoemde afschrijvingstermijn niet meer gebruikt, omdat deze niet meer adequaat is, wordt de waarde van de desbetreffende voorziening verrekend met een eventueel nieuw toe te kennen persoonsgebonden budget of financiële tegemoetkoming. De waarde van de voorziening is gebaseerd op de afschrijvingssystematiek, zoals bedoeld in artikel 12.2, derde lid.
Verrekening zoals bedoeld in het eerste lid vindt niet plaats, indien de belanghebbende de desbetreffende voorziening binnen een termijn van vier weken aan het college schenkt.
**12.4.** Terugvordering bij de aanschaf van een nieuwe voorziening
Indien de belanghebbende een persoonsgebonden budget of financiële tegemoetkoming ontvangt en deze met de geldsom een nieuwe voorziening aanschaft, en het verschil tussen het persoonsgebonden budget/de financiële tegemoetkoming en de feitelijke kosten van de voorziening bedraagt € 250,- of minder, vindt geen terugvordering plaats.
**12.5.** Terugvordering bij de aanschaf van een tweedehands voorziening
De omvang van het persoonsgebonden budget/de financiële tegemoetkoming wordt vastgesteld aan de hand van de afschrijvingssystematiek, zoals bedoeld in artikel 12.2, derde lid. Het college gaat tot terugvordering over van het verschil tussen het aldus vastgestelde persoonsgebonden budget/ de financiële tegemoetkoming en de feitelijke kosten van de tweedehands voorziening.
**12.6.** Terugvordering van een persoonsgebonden budget bij hulp bij het huishouden
Indien de belanghebbende een persoonsgebonden budget ontvangt en met de geldsom hulp bij het huishouden inkoopt, en het verschil tussen het persoonsgebonden budget en de feitelijke kosten van de voorziening bedraagt € 250,- of minder, vindt geen terugvordering plaats.
Hoofdstuk 12
Artikel 12
Artikel 12
Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Renkum 2012