Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2

Regels rond verstrekking en verantwoording

Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Renkum 2012

2.1.. Verzoek belanghebbende Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de belanghebbende. 2.2. Weigering van een persoonsgebonden budget Van overwegende bezwaren als bedoeld in artikel 36 Verordening is sprake, indien voorzienbaar is dat belanghebbende niet op een verantwoorde wijze kan omgaan met een persoonsgebonden budget. Indien een persoonsgebonden budget wordt geweigerd, maar overigens aan de criteria wordt voldaan voor de individuele voorziening, kan een voorziening in natura worden verstrekt. 2.3. Verantwoording persoonsgebonden budget bij koop of huur Als een persoonsgebonden budget wordt aangewend voor de koop of huur van een voorziening legt de budgethouder verantwoording af aan het college. Verantwoording vindt plaats op de volgende wijze: Als een persoonsgebonden budget wordt aangewend voor de koop van een voorziening, verstrekt de budgethouder binnen maximaal zes maanden na de datum van verzending van het besluit tot verlening van het persoonsgebonden budget, een betalingsbewijs aan het college over de besteding van het persoonsgebonden budget. Als een persoonsgebonden budget wordt aangewend voor de huur van een voorziening, verstrekt de budgethouder binnen maximaal drie maanden na de datum van verzending van het besluit tot verlening van het persoonsgebonden budget, een betalingsbewijs aan het college over de besteding van het persoonsgebonden budget. 2.4. Verantwoording persoonsgebonden budget bij de voorziening hulp bij het huishouden Als een persoonsgebonden budget wordt aangewend voor hulp bij het huishouden legt de budgethouder verantwoording af aan Menzis Zorg en Inkomen.

Rechtspraak bij dit artikel