Naar hoofdinhoud

Paragraaf 3

Artikel 10

Schending inlichtingenplicht zonder dat teveel uitkering is verstrekt

Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, IOAW en IOAZ

1.. Indien een belanghebbende de verplichting op grond van artikel 17 van de WWB, artikel 13 van de IOAW of artikel 13 van de IOAZ niet is nagekomen door informatie die van belang is voor zijn arbeidsinschakeling en de verlening van bijstand of de voortzetting daarvan niet binnen de door het college daartoe gestelde termijn te verstrekken, wordt met toepassing van artikel 54 lid 3 van de WWB, artikel 17 lid 1 van de IOAW of artikel 17 lid 1 van de IOAZ een maatregel opgelegd van vijf procent van de uitkeringsnorm gedurende een maand, onverminderd artikel 2 lid 2. 2.. De duur van de maatregel wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel wordt opgelegd opnieuw schuldig maakt aan dezelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 5 lid 2. 3.. Het college kan bij een derde en volgende verwijtbare gedraging als bedoeld in dit artikel binnen twaalf maanden na de laatste als verwijtbaar aangemerkte gedraging de hoogte en de duur van de verlaging individueel bepalen, rekening houdend met de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de persoonlijke omstandigheden van de belanghebbende. 4.. Van het opleggen van de maatregel kan worden afgezien en kan worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is gegeven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel