**1.** Voor de behandeling van een administratief beroep of geschil, aan de beslissing van gedeputeerde staten onderworpen, is er telkens een kamer, bestaande uit de portefeuillehouder, zijn plaatsvervanger en één van de overige leden van gedeputeerde staten.
**2.** Indien de portefeuillehouder of zijn plaatsvervanger niet beschikbaar is, wordt hij vervangen door een ander lid van gedeputeerde staten.
**3.** De portefeuillehouder is voorzitter. Indien hij niet beschikbaar is, is de plaatsvervangend portefeuillehouder voorzitter. Indien ook die niet beschikbaar is, wijst de kamer uit haar midden een voorzitter aan.
**4.** In afwijking van het derde lid is de commissaris van de Koningin voorzitter indien hij lid is van de kamer.
Hoofdstuk
Artikel 2