Naar hoofdinhoud
1. De griffier van de kamer bepaalt, in overleg met de voorzitter, plaats en tijdstip van de zitting waarop de belanghebbende(n) en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de kamer te doen horen. 2. Indien het voornemen bestaat om in een zaak op de in artikel 172, eerste lid, van de Provinciewet bedoelde wijze uitspraak te doen, is het eerste lid niet van toepassing. Indien het voornemen is bekend gemaakt wordt de uitspraak niet gedaan voordat het voornemen onherroepelijk of verzet daartegen ongegrond is verklaard. Van het horen van een indiener van een verzetschrift wordt een verslag gemaakt. Artikel 8, eerste en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel